De tekens worden onderverdeeld in vier groepen:
- Wie-tekens: voor welke performer is de volgende zin bedoeld?
- Wat-tekens: wat wordt er gevraagd aan de performer?
- Hoe-tekens: hoe moet de performer het gevraagde uitvoeren?
- Wanneer-tekens: wanneer moet de performer het gevraagd uitvoeren.
Net als woorden in gesproken taal worden de tekens altijd in zinnen verbonden. De zinsbouw van Soundpainting is eenvoudig. De tekens komen altijd in dezelfde volgorde: wie - wat - (hoe) - wanneer.
De hoe-tekens worden niet altijd gebruikt. Wordt er geen hoe-teken gegeven, dan wordt de keuze over hoe iets moet worden uitgevoerd overgelaten aan de performer. Geef je bijvoorbeeld het volume niet aan, dan mag de performer kiezen met welk volume die gaat spelen.
Om voor performers een duidelijk onderscheid te maken tussen het wanneer-teken en de andere tekens, maakt de soundpainter gebruik van de “Box”.
De Box is een denkbeeldig vierkant op de grond net voor de Soundpainter. Alle “live-actie” vindt plaats in de Box. De soundpainter communiceert eerst wie iets moet uitvoeren, wat en hoe die dat moet uitvoeren, zet dan met één been een stap in de Box en geeft daar een wanneer-teken. Zolang de soundpainter niet in de Box stapt, verandert de performer niets aan wat die doet.
Soundpainter - Box - Performers

De soundpainter is een live componist in de etymologische zin van het woord: componeren = samenstellen. Hij reikt de performer met een teken een concept aan en componeert met wat de performers hem daarbij aanbieden. De tekens zijn symbolen voor concepten waaraan een performer betekenis kan geven. Het is vanuit de interpretatie van het concept door de performer dat artistieke betekenis ontstaat. De soundpainter suggereert, kadert, verbindt, orkestreert, creëert texturen en structureert. De verantwoordelijkheid voor het eindresultaat is een gedeelde.
De performer moet zijn volle artistieke persoonlijkheid engageren binnen de context van een ensemble en binnen een concept dat de soundpainter aanreikt. De soundpainter moet aan de slag met wat de performer speelt ('compose, don't impose'). Om zo expressief mogelijk te kunnen spelen moet de performer zeer goed alle mogelijke parameters van een concept begrijpen zodat die zich zo vrij mogelijk binnen dat concept kan bewegen. Dat vergt studie, scherpte en oefening.
Op het moment van de performance zelf reageert de performer intuïtief op de tekens.
De citaten van Walter Thompson hier onder illustreren de de basisfilosofie van Live Composing:
De soundpainter werkt met wat de perfomer aanreikt. Al wat de performer speelt, zelfs al is wat die speelt een verkeerde interpretatie van het teken dat de soundpainter gaf, maakt de facto deel uit van het werk dat gespeeld wordt. De soundpainter hoort die verkeerde interpretatie dan ook niet als een fout maar als een gegeven. Het toeval is een essentieel onderdeel van het live componeren en de Soundpainter omarmt het. Niet dat performers wordt aangemaand om opzettelijk fouten te maken, maar als ze die maken is het artistiek gezien een stuk sterker dat ze met die 'fout' verder spelen dan dat ze proberen die te verdoezelen.
Bij aarzelingen: speel verder! Nooit stoppen met spelen als de soundpainter daar geen teken toe gaf of als je niet zeker bent of je wel het juiste materiaal aan het spelen bent.
Het opvolgen van de gebaren van een soundpainter vergt veel concentratie en het is belangrijk dat de performer met overtuiging speelt zonder zich voortdurend af te vragen of die een de teken wel goed geïnterpreteerd heeft. De performer moet dan ook niet proberen om fouten te verbergen, maar moet die met volle overgave blijven doorspelen. Anders ontneemt de perfomer de soundpainter de kans om iets creatiefs te gaan doen met wat die speelt.
Het is belangrijk dat de performer direct reageert op de tekens. Heeft hij een “start-teken” gemist, dan mag die niet later binnen sluipen, maar moet die wachten op het volgende teken. Wanneer een stopteken gemist werd mag die niet later stoppen, maar moet die blijven verder spelen.
Voor dansers, acteurs en al wie met beweging op het podium bezig is, geldt een belangrijke basisregel. Die is er omdat het in beweging onmogelijk is om voortdurend naar de soundpainter te kijken. Dat zou de beweeglijkheid van de artiesten op het podium en de compositorische mogelijkheden van de soundpainter erg beperken. En natuurlijk zou het een vreemd zicht zijn als de danser of acteur voortdurend naar de soundpainter kijkt.
De basisregel stelt: wanneer de performer op het podium niet de volledige zin van de soundpainter hebt gezien, gaat die door met waar die mee bezig was. Dit geldt ook voor het geval waarin die een deel van de zin zag en denkt dat de rest van de zin te kunnen raden.
Voorbeeld.
Middenin een uitvoering geeft de soundpainter de dansers het teken “Pointillisme” en één danser ziet dat teken niet omdat het zicht op de soundpainter belemmerd wordt door een andere danser. In dat geval moet die ene danser verder gaan met waar die mee bezig was, ook al merkt die dat de rest van de groep aan iets anders is begonnen.
Waarom dat niet altijd zo eenvoudig is….
Vanuit het standpunt van de soundpainter bestaat de uitdaging in het leren componeren zowel wanneer de dansers de soundpainter kunnen zien als wanneer ze die niet kunnen zien. Het is belangrijk dat de soundpainter er vlot leert mee omgaan dat die compositorische keuzes moet maken in het besef dat sommige van de uitvoerders een teken niet zullen zien. Wanneer de soundpainter dit concept goed beheerst, zal die merken dat dit net veel compositorische mogelijkheden oplevert.
Het concept van deze regel is niet moeilijk te begrijpen, maar in de praktijk blijkt het heel moeilijk om, wanneer de performer het teken gemist hebt, niet de rest van de groep te volgen. Het beheersen van de basisregel vergt dan ook veel oefening. De danser of acteur moet in de eerste plaats bezig zijn met zijn materie en moet leren vanuit de ooghoeken de tekens te interpreteren. De performer moet ongeveer om de 10 seconden naar de soundpainter te kijken, maar zonder dat het publiek dat merkt.
Het vertrekpunt van de acteur is het woord, al dan niet ondersteund door beweging en mimiek.
De meeste muziektekens hebben een equivalent binnen de wereld van het acteren, maar er bestaan ook specifieke tekens voor acteurs.
Acteurs wordt aanvankelijk gevraagd om in een multidisciplinaire groep de tekens niet-narratief uit te voeren. Met andere woorden: tenzij het specifiek wordt aangegeven vormen de woorden van de acteur geen verhaal, maar zijn ze onsamenhangend (“Word Salad”). Het gaat in de eerste plaats om de klank van woorden.
Flarden van zinnen en woorden zijn het basismateriaal. In solistische passages mogen acteurs narratief werken (Improvise) of wanneer ze daar specifiek de opdracht toe krijgen (er is natuurlijk een teken voor "Narrative").
Beeldende kunst in Soundpainting is elk visueel aspect van een optreden: licht, decor, projectie, kostuums, performance art, spelen met props, film,...
Leren componeren met dansers, acteurs en beeldende kunstenaars is complexer dan werken met enkel muzikanten: naast luisteren moet je ook heel aandachtig kijken en je moet voortdurend je aandacht tussen die twee verdelen. Wie hier dieper op in wil gaan kan niet om de werboeken van Walter Thompson heen en het is sterk aan te raden om lessen te volgen bij soundpainters die hier ervaren in zijn. Naast bij Walter Thompson zelf, kun je daarvoor ook terecht bij Soundpainters als Angelique Cormier en Eric Chapelle, die zelf ook regelmatig workshops organiseren.
Enkele Wat-tekens zijn statisch (o.a. Minimalism, Long Tone en Pointillism), maar aan de meeste tekens is een niveau van ontwikkeling verbonden.
Er zijn in Soundpainting drie niveau’s van ontwikkeling.
Traag. De Speler ontwikkelt zijn materiaal zo traag dat na een minuut de oorspronkelijke idee nog herkenbaar is (Scanning en Point To Point).
Gemiddeld. Ongeveer twee keer zo vlug als niveau 1. Na een minuut heeft het materiaal zich al ver van de oorspronkelijke idee verwijderd (Develop, Circle en Play Can’t Play).
Vrij. De Speler ontwikkelt zijn materiaal zo vlug of traag als hij wil (Improvise, Relate To).
Onontbeerlijk voor elke student Soundpainting zijn de werkboeken van Walter Thompson. De uitleg is helder, er staan foto's bij elk teken en bij elk werkboek komt een DVD met voorbeelden. De boeken kun je bestellen via www.soundpainting.com of er tegen betaling downloaden als pdf. Op diezelfde website vind je ook links naar Youtube, waarop het DVD-materiaal staat.
Op deze webpagina vind je veel materiaal, maar het is slechts een selectie van wat in de werkboeken staat.
Daarnaast krijg je er ook de filosofie bij die achter het concept schuilt. Een must-have.
Werkboek 1 gaat over de basistekens voor muziek, de eenvoudige tekens die het meest gebruikt worden en die iedereen grondig moet beheersen.
Werkboek 2 gaat over complexere tekens voor muziek. Deze tekens vragen meer oefening voor de muzikanten en kun je alleen gebruiken bij muzikanten die de basis goed onder de knie hebben.
Werkboek 3 bevat de tekens van werkboeken 1 en 2 in hun toepassing voor toneel en dans.
Werkboek 4 gaat over beeldende kunst.
Soundpainting studeren lijkt op het studeren van een taal. Je leert het basisvocabularium (de tekens) en daarna leer je er zinnen mee te maken. Je leert voorbeeldzinnen, dan leer je zelf zinnen maken en uiteindelijk leer je gesprekken voeren waarbij je uitdrukt wat je wil overbrengen en waarbij je inspeelt op wat een ander zegt.
Op Youtube vind je veel performances van Walter Thompson. Beluister, bekijk en transcribeer die. Om taal te studeren luister je ook naar "native speakers", maak je dictees en analyseer je gesprekken. Je zult merken dat het er niet om gaat om heel veel tekens te kennen, maar om aandachtig luisteren en kijken en in te spelen op wat gebeurt.
Online
Zelfs met de werkboeken en veel studie, zul je uiteindelijk enkele lessen nodig hebben. De taal is erg rijk en je zult iemand nodig hebben die je tips geeft en je voor valkuilen behoedt.
Walter Thompson zelf geeft online lessen. Je kunt hem contacteren via soundpainting.com
Drie maal per jaar is er een tweedaagse workshop in Parijs met Walter Thompson en François Jeanneau. De lessen worden aangekondigd via de Facebook-pagina van de Soundpainting Geeks (waar je overigens Soundpainters van over de hele wereld rechtstreeks kunt contacteren en vaak leuke links vindt naar optredens).
De Academy
De Bijloke en Matrix organiseren jaarlijks een driedaagse stage: de Soundpainting Academy. Dit jaar vindt die plaats in de Bijloke op 20/21/21 augustus. Op 24 augustus is er performance in de concertzaal van de Bijloke door Walter Thompson en de cursisten. Docenten zijn Walter Thompson, Angélique Cormier en Johan Sabbe.
DKO
Johan Sabbe geeft het vak Soundpainting aan Kunstacademie De Poel in Gent. De lessen gaan wekelijks door op donderdag.
Ward Devleeschhouwer geeft het vak aan de Kunstacademie van Deinze, Serge Hamers aan het APK te Gent. Ronald Dedrie en Barbara Pieters geven het in Ekeren, Brecht Vandenbogaerde in Londerzeel en Halle.
S.I.C.
De Soundpainting Interactive Conference vindt plaats in Blois (F) en is een tweedaagse bijeenkomst van Soundpainters die er ideeën uitwisselen, jammen en workshops bijwonen. Na de covid-epidemie viel deze jaarlijks bijeenkomst stil, maar in januari 2026 wordt die hernomen.
Dan komt de vuurproef: je maakt samen een compositie met een ensemble. Maak eerst korte composities. Film je composities en beluister die. Bespreek die met je performers. Hoe hebben zij het ervaren? Wat vonden ze mooi, waarbij voelden ze zich niet op hun gemak?
Je zult bij opnames veel zaken opmerken die je tijdens het soundpainten zijn ontgaan. Aanvankelijk ben je nog gefocust op de uitvoering van de tekens, waardoor je veel mist. Hoe meer ervaring je hebt, hoe beter je zult worden in het "in het moment" zijn.
Probeer niets te willen. Neem risico 's. Jij zorgt voor de grote structuur, maar de inhoud komt uiteindelijk van je performers.
Wees neutraal in je uitdrukking en laat zeker nooit afkeuring blijken.
Je componeert live, je hebt dus maar beter geen vooropgezet plan opdringt, het zal toch niet werken zoals je had verwacht. Het is beter om een richting aan te geven, een pad aan te duiden dat de performers op hun manier kunnen bewandelen.
Voel het verband tussen je manier van bewegen en het resultaat dat je verkrijgt. Als een pottenbakker teveel kracht uitoefent op de klei verknoeit hij zijn werk. Als een Soundpainter te vlug beweegt, verknoeit hij de band met de groep. Beeld je in dat er draden lopen tussen jouw bewegingen en de resultaten die je krijgt en verstevig die draden.
Bij langere composities: onthoud alles wat gebeurt zodat je overzicht houdt over het geheel.
Bekijk en beluister in je dagelijkse leven alles voortdurend. Op wandel, of op de tram of trein, of wachtend in de rij aan de kassa: neem alle geluiden in je op. bekijk elke beweging rond je. Zoek inspiratie. Hoor je ergens voorbeelden van Minimalism, Pointillism, Long Tone,...? Als soundpainter moet je kunnen inspelen op wat er gebeurt. Luisteren en kijken zijn vaardigheden die je dagelijks kunt oefenen.
Handgebaren en muziek
Gebarentaal is altijd een belangrijke vorm van communiceren geweest en kwam waarschijnlijk nog voor gesproken taal.
Ook bij het samen musiceren hebben handgebaren altijd een rol gespeeld. In de Middeleeuwen (en al eerder in de oudheid) werd al met handgebaren aangegeven hoe composities gezongen of gespeeld moest worden. Vanaf de negentiende eeuw nam de rol van een dirigent toe bij het spelen van orkestmuziek. En ook in groepen waarin geïmproviseerd wordt, worden handgebarensoms gebruikt om op het podium zonder geluid te kunnen communiceren (denk maar aan jazzmusici die door op het hoofd te tikken aangeven dat ze terugkeren naar het thema, of aangeven dat ze gaan spelen met “trading fours” door vier vingers te tonen).
Daarnaast kennen handgebaren ook pedagogische toepassingen. Kodalyen Curwenontwikkelden een gelijkaardig systeem van handgebaren om de trappen van een toonladder aan te geven.
Gebarentalen en compositie
In de tweede helft van de twintigste eeuw gingen componisten op zoek naar nieuwe manieren om hun muziek te structureren.
In de wereld van de genoteerde composities werd geëxperimenteerd met “open werken” (© Umberto Eco). Een “open werk” is een kunstwerk dat niet volledig vastligt, maar waarin de uitvoerder actief mee bepaalt hoe het uiteindelijke resultaat er uitziet. Dat kan gaan om het kiezen van de volgorde van de onderdelen of het toelaten van toeval en het gebruik van grafische partituren die vrij kunnen worden geïnterpreteerd (Cage, Stockhausen, Brown, Riley, Feldman, Cardew,…). In de wereld van de vrije geïmproviseerde muziek zochten componisten dan weer manieren om improvisatie te bij te sturen met handgebaren (Braxton, Zappa, Zorn, Sun Ra).
Twee componisten uit New York die actief waren in de vrij geïmproviseerde jazz ontwikkelden in de jaren zeventig van de vorige eeuw een gebarentaal om te componeren: Butch Morris(Conduction) en Walter Thompson (Soundpainting). In 2006 ontwikkelde de Argentijnse percussionist Santiago Vasquezvanuit Conduction een eigen gebarentaal die zich vooral richt tot het componeren met percussie-ensembles.
Van die drie talen is Soundpainting de meest verspreide en de enige multidisciplinaire. De taal is goed gedocumenteerd: er zijn werkboeken, er is de online dictionary, er zijn gecertificeerde coaches, er is de Soundpainting Community, een georganiseerd netwerk van gebruikers en er is een gestructureerde manier om de taal aan te leren via de verschillende “levels”. Walter Thompson is nog steeds actief bezig met het wereldwijd verspreiden van de taal en organiseert jaarlijks een symposium (de Think Tank) voor soundpainters die mee de taal helpen ontwikkelen. Op Youtubevind je veel concerten van Walter Thompson terug.
Conduction is minder verspreid, minder gedocumenteerd en verloor met de dood van Butch Morris haar belangrijkste ambassadeur. In New York en in Italië en Duitsland, landen waar Morris vaak werd uitgenodigd, wordt de taal hier en daar nog gebruikt door mensen die met Morris gewerkt hebben. Het enige boek met uitleg over de taal, The Art Of Conduction, samengesteld door Daniela Veronesi, is helaas momenteel niet meer verkrijgbaar. Je vindt de muziek van Morris wel terug op streaming media en op Youtube vind je veel interessante concerten en fragmenten van repetities van hem terug. Mijn favoriet: deze documentaire.
Ritmo con Señas telt een groeiend aantal gebruikers. Santiago Vasquez is een topmuzikant uit Argentinië en een heel begeesterende pedagoog. Hij komt vaak naar Europa voor workshops en concerten. De taal is vooral gericht op groove en op het maken van muziek met grote percussie-ensembles. Ze is gebaseerd op concepten uit verschillende grote percussieculturen, is makkelijk aan te leren en richt zich zowel tot beginners als zeer gevorderde percussionisten. Het boek Manual de Ritmo y Percusión con Señas geeft een goed overzicht van de tekens en een goede uitleg over het gebruik van de taal. Vasquez heeft een goede band met België. Het Brusselse ensemble Sysmo was de eerste om hem naar Europa te halen. Wie de taal wil leren kan terecht bij Sysmo voor workshops.